Verwende prinsesjes

strijd tegen seksime

Toen de Tweede Feministische golf over Nederland raasde was ik een tiener. Mijn moeder en oudste zus waren daar bijzonder bij betrokken dus ik was goed op de hoogte. Ik vond het ook wel interessant maar begreep vaak niet goed wat nu precies het probleem was. Mijn moeder drukte mij daarom de lijvige delen van De Tweede Sekse van Simone de Beauvoir in mijn handen toen ik veertien was. Zware kost. Ik begreep het maar ten dele. De enige aanvaringen die ik tot dan toe met mannen had betroffen mijn broers. En daar vocht ik mee, of schold ze uit of we hadden gewoon lol.

Onsmakelijke discussie
Een hardcore feministe ben ik nooit geweest. Ik ondertekende een petitie voor (abortuskliniek) Bloemenhove (alhoewel ik toen zelf pas 16 was) en liep mee in pro-abortusdemonstraties. In een vrouwencafé ben ik alleen een paar keer geweest om te leren hoe ik zelf een snoer aan een strijkbout of een stofzuiger kon zetten. Maar dat was het wel. Dit heeft voornamelijk te maken met mijn afkeer van clubjes waarin voor jou wordt uitgemaakt hoe je denkt en wat je denkt. Niet met de angst voor een feministe te worden aangezien.

Als meisje van negentien raakte ik bovendien verwikkeld in een nogal onsmakelijke discussie met twee feministes. Ik liep langs een Haags vrouwencafé in een heel kort rokje met netkousen eronder. Twee vrouwen die op het terras zaten leverden luidkeels commentaar op mijn manier van kleden. ‘Ja, zo vraag je er wel om verkracht te worden’ zei de een tegen de ander. Ik draaide me op mijn hielen om en vroeg een verklaring. ‘Ik dacht dat het er in de vrouwenbeweging juist om ging dat iedere vrouw zich kan kleden zoals ze wil. Dat ze bij wijze van spreken in haar blote reet over straat kan gaan zonder aangevallen te worden of commentaar te krijgen’ zei ik. De vrouwen mompelden iets onverstaanbaars terug. ‘Lekkere vrouwensolidariteit is dat!’, zei ik kwaad. Het sterkte mij in mijn mening dat er qua tolerantie het een en ander schortte binnen de vrouwenbeweging.

Bavianen
Emancipatie en gelijke rechten voor vrouwen zijn voor mij altijd vanzelfsprekend geweest. Daar is geen discussie over mogelijk. Ik blijf echter moeite houden met rechtlijnige feministes. Korte tijd geleden schreef ik op twitter dat hedendaagse feministes zich op een manier gedragen die mannen tijdens de tweede feministische golf verweten werd. Feminisme is in mijn ogen een kwalijke doctrine geworden die niets meer te maken heeft met onderlinge solidariteit van vrouwen. Hierbij denk ik voornamelijk aan vrouwen als Elma Drayer die niet aflatend en met verschrikkelijke arrogantie schrijft en spreekt over vrouwen die niet dezelfde levenskeuzen maken als zij. Die er voortdurend op uit zijn minder succesvolle vrouwen onderuit te trappen, het moederschap belachelijk te maken en zichzelf als bavianen op de borst te slaan. Vrouwen als Drayer, maar ook Dresselhuys en Zwagerman spreken voortdurend op neerbuigende toon over veel van hun seksegenoten. Ze doen hun uiterste best aangezien te worden voor een stel misogyne kerels.

Het is eigenlijk pijnlijk duidelijk dat het feminisme in Nederland eigenlijk nergens meer over gaat. In plaats van de door ons verworven vrijheden in te zetten voor vrouwen die in landen leven waar hun positie meer dan beroerd is wordt er voortdurend geluld over bijzaken. Over hoge posities in het bedrijfsleven en heel veel geld verdienen. Dat is geen feminisme maar door het kapitalisme aangedreven ambitie. Het lot van vrouwen die er veel en veel slechter aan toe zijn dan wij wordt slechts zijdelings aangestipt op momenten dat het goed uitkomt. In het geval van Drayer bijvoorbeeld om haar walging van moslims een platform te geven. Ik heb haar bijvoorbeeld met geen woord gehoord over Souad Alshammary of andere vrouwen in niet-westerse landen die in een benarde positie verkeren.

Het is in ieder geval een soort feminisme waar ik geen enkele verwantschap meer mee voel. Het feminisme is gekaapt door egoïstische en gevoelloze carrièrevrouwen die alleen geïnteresseerd zijn in hun eigen welbehagen. Grappig detail is dat juist Drayer een boek heeft geschreven (om andere vrouwen te bashen) met als titel Verwende prinsesjes. Het enige ‘verwende prinsesje’ is zij zelf.

signatuur rebecca

rebecca[at]aichaqandisha.nl

Een reactie op “Verwende prinsesjes

  1. Rika Jans
    19 november 2014 at 15:12

    Ik werd steeds stiller toen ik je verhaal las. Ook ik heb gelopen met borden “baas in eigen buik”. Omdat ik het gevoel had dat vrouwen nog zoveel in te halen hadden. Die inhaalslag heeft twee kanten. Het gaat er niet alleen om, om vrouwen dezelfde werkpositie te laten krijgen als mannen. Maar ook voor vrouwen bijvoorbeeld die de keuze gemaakt hebben om voor de kinderen te gaan zorgen. Die keuze wordt tegenwoordig met scheve ogen door andere vrouwen bekeken. Inmiddels zijn vrouwen niet meer zo solidair met elkaar. Wie de grootste bek heeft, lijkt het te gaan winnen. Ik kijk naar het 2e kamer debat op TV. Ik zie twee vrouwen die collega’s op de persoon volledig proberen af te branden. Gaan degenen met de grootste bek het winnen. Vrouwenrechten over de hele wereld gaan wel ergens anders over. Solidair zijn met vrouwen, waar ook ter wereld. Ik verzet mij tegen de gedachte om me te laten verleiden om vrouwen elders in de wereld niet meer te zien als vrouwen, maar als een object. Die geen ondersteuning, aandacht nodig hebben. Feminisme in Nederland is een egoistische geworden. In Nederland een onderlinge strijd bij vrouwen, wie de grootste bek heeft en vrouwen in het buitenland zijn totaal onbelangrijk, want ………… Als ik aandacht vraag voor een moeder met kind, die gevlucht is voor IS, dan wordt het riool opengezet.
    Zijn we als vrouwen helemaal niets opgeschoten. Moet ik weer gaan lopen met een bord “baas in eigen buik”. Af en toe word ik er zo moe van.