Naima en Karim

Wanneer ik het idee vatte voor een liefdesverhaal in Marokko weet ik niet precies, maar ik herinner me wel momenten die een rol speelden. Zo stond ik een paar jaar geleden midden in de nacht met slaperig hoofd te wachten op het vliegveld van Oujda toen ik een medewerker een jongeman hoorde aanspreken. ‘Jongen, wil je alsjeblieft achter het lint gaan staan.’ Hij bleef het herhalen. De desbetreffende jongeman negeerde hem eerst, keek hem daarna met lichte spot aan en deed er vervolgens erg lang over om netjes te gaan staan bij de rest van de wachtenden.

Ondanks de irritatie van de medewerker, bleef hij beleefd, hoewel zijn stem wel steeds harder klonk. De jongeman keek duidelijk op hem neer, hij nam hem niet serieus. In een ogenschijnlijk onbetekenend, maar veelzeggend moment, zag ik de wrijving tussen Marokkaanse Marokkanen en Nederlandse Marokkanen.

En dan is er de zomer, de periode waarin de diaspora de straten van het moederland vult – overneemt. De zomer is de tijd van familieherenigingen en bruiloften. Nieuwe liefdes bloeien op, bestaande liefdes worden bezegeld. Zaghrouta’s vullen de huizen. Bruiloftsmuziek echoot door de nachten. Ik besefte dat het Britse ball season, zoals we dat uit romans en films als Pride and Prejudice kennen, hetzelfde is als ons Marokkaanse bruiloftsseizoen. Het is een microkosmos van verschillende culturen met alle bijbehorende vrolijkheid en problemen.

Discussie
Het idee was geboren en toen moest het echte werk komen. Over de hoofdpersonen was ik snel uit. Dat mijn debuutroman hun namen draagt als titel, is alleen maar terecht. Naima en Karim, ‘een liefdesverhaal in Marokko’ gaat over twee mensen die elkaar tijdens een snikhete zomer vol bruiloften vinden. Het gaat ook over de Marokkaanse diaspora en de Marokkaanse Marokkanen. Over mannen en vrouwen. Over veranderende mores. Over vrouwen en hun zeden, vroeger en nu. Over verwachtingen, hoop en angst. Over het leven. Over de liefde. Ach, de liefde.

Ieder boek is een overwinning op mezelf. Zo ook Naima en Karim. Ik wilde het verhaal vanuit mij schrijven, zonder oriëntalisme en exotisme. Het risico is dan dat mensen aan de haal gaan met wat ze lezen en aan het generaliseren slaan, maar ik besloot me daar niet door tegen te houden.

Over de ondertitel had ik een discussie met mijn uitgever. Ik wilde geen verwijzing naar Marokko, omdat het boek daarmee in een hokje zou belanden en ik wilde nu juist dat mijn roman een universele roman zou zijn, zonder label dat mensen bij voorbaat af kan stoten.

Laurens, mijn redacteur en uitgever, zag het anders: je boek geeft een unieke inkijk in een wereld die mensen niet kennen, zei hij. Hij overtuigde me, zoals hij dat wel vaker doet. Maar hij heeft ook gewoon gelijk, waarom zou ik verbergen wat van iedere pagina, iedere letter afstraalt. Mijn roman ádemt Marokko en dat is precies wat ik ermee wilde.

Er valt niks af te stoten. Hokjes zijn er om aan gruzelementen te slaan. Naima en Karim ís een liefdesverhaal in Marokko. Zonder excuses of verlegenheid. Het is een verhaal over de liefde en een ode eraan. Mijn eerste roman, maar niet mijn laatste, wat mij betreft. Vanaf vandaag verkrijgbaar en ik ben er enorm trots op.

“Naima en Karim”, Ambo|Anthos, bestel je hier voor 22,99.

Hassnae

info[at]aichaqandisha.nl

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *