Dorothy Parker

chalkboard_quotes_parker

Dorothy Parker is één van mijn favoriete schrijfsters. Haar humor, sarcasme en ‘quick wit’ zijn onweerstaanbaar. Dat er achter dat sarcasme een gebroken leven zat, wordt pijnlijk duidelijk in haar korte verhalen zoals ‘A Telephone call’ , een beschrijving van de gevoelens van een vrouw die wanhopig wacht op het telefoontje van haar minnaar. Het is een van mijn lievelingsverhalen omdat het zo prachtig geschreven is en vooral zo herkenbaar.

Haar gevoel voor humor is geweldig. Ze werkte als columniste voor Vanity Fair en kwam op een dag ineens niet opdagen. Toen haar baas haar de volgende dag vroeg waarom ze niet was komen werken antwoordde ze ‘De pen was in gebruik’. Ook was ze onderdeel van de roemruchte Algonquin Round Table, ook wel bekend als The Vicious Circle. De groep bestond uit schrijvers, humoristen en acteurs die elke dag samen lunchten in het Algonquin Hotel in New York. De grote kunst was dat ze elkaar allemaal probeerden te overtreffen in wisecracks en woordspelletjes die vaak gebruikt werden in de stukken die ze voor de landelijke kranten schreven. Wat zou ik daar graag een keer bijgezeten hebben.

Moedig wijf
Door haar werk in de oorlog voor verschillende antifascistische groepen (die door de FBI als communistisch werden gekenmerkt) werd Parker tijdens de hysterische heksenjacht op communisten tijdens het McCarthy tijdperk op de zwarte lijst geplaatst. ‘Being blacklisted’ was gewoon een ander woord voor beroepsverbod en is destijds voor veel getalenteerde schrijvers, kunstenaars en acteurs de doodsklap voor hun carrière geweest. Parker, die leed aan depressies en toch al van een glaasje hield begon in die tijd echt te zuipen als een tempelier.

Mijn liefde en bewondering voor Dorothy Parker heeft niet alleen te maken met haar werk. Ze was een moedig wijf dat nooit een blad voor de mond nam. Toen ze in 1967 overleed (zelfs op haar grafsteen staat een grap ‘Excuse my dust’) liet ze haar erfenis na aan Martin Luther King uit sympathie en als ondersteuning voor zijn werk. Toen King een jaar later vermoord werd ging het geld naar de NAACP (National Association for the Advancement of Colored People).

Scherpe pen
Een kort stuk uit haar essay ‘Not Enough’ geeft het beste weer waarom ze zo in het leven stond zoals ze deed:

‘I think I knew first what side I was on when I was about five years old, at which time nobody was safe from buffaloes. It was in a brownstone house in New York, and there was a blizzard, and my rich aunt—a horrible woman then and now—had come to visit. I remember going to the window and seeing the street with the men shoveling snow; their hands were purple on their shovels, and their feet were wrapped with burlap. And my aunt, looking over her shoulder, said, ‘Now isn’t this nice that there’s this blizzard. Now all those men have work.’ And I knew then that it was not nice that men could work for their lives only in desperate weather, that there was no work for them in fair. That was when I became anti-fascist, at the silky tones of my rich and comfortable aunt.’

Wat zou ik graag willen dat ik zo kon schrijven als zij, met diezelfde scherpe pen en fantastische humor. Dorothy Parker is mijn voorbeeld.

signatuur rebecca

rebecca[at]aichaqandisha.nl